Overgewicht
Het verband tussen castratie en het ontstaan van overgewicht is niet eenduidig. In de eerste twee jaar na de ingreep is de kans op gewichtstoename het grootst zowel bij de reu als de teef. Op de langere termijn lijkt het risico echter vergelijkbaar met dat van niet‑gecastreerde honden. Overgewicht kan worden voorkomen door direct na de castratie de hoeveelheid voeding aan te passen, omdat de energiebehoefte van de hond dan afneemt. Dit kan voor eigenaren lastig zijn, omdat veel honden na castratie juist meer eetlust lijken te hebben. Daarnaast blijft voldoende lichaamsbeweging essentieel om een gezond gewicht te behouden.
Diabetes
Onderzoek naar het effect van castratie op het risico op diabetes (suikerziekte) laat wisselende resultaten zien zowel bij de reu als de teef. Sommige studies wijzen op een verhoogde kans, terwijl andere geen duidelijk verband aantonen. Bij teefjes kan castratie in bepaalde gevallen zelfs worden ingezet als onderdeel van de behandeling van een hormoonafhankelijke vorm van diabetes.
Gewrichtsaandoeningen
Bij gecastreerde honden – vooral wanneer de castratie plaats vindt voordat de hond is uitgegroeid – lijkt de kans op bepaalde gewrichtsaandoeningen verhoogd. Het gaat hierbij onder andere om heupdysplasie (HD), elleboogdysplasie (ED) en een voorste kruisbandlaesie (scheur van de kruisband in de knie).
Wanneer een hond vóór het einde van de groei wordt gecastreerd, sluiten de groeischijven later. Hierdoor kunnen de lange botten, met name in de poten, langer doorgroeien. Dit mechanisme zou kunnen verklaren waarom vroege castratie invloed heeft op het ontstaan van gewrichtsproblemen. Het risico op gewrichtsaandoeningen – en de ernst van de klachten – wordt daarnaast bepaald door meerdere factoren, zoals erfelijkheid, ras, voeding, (over)gewicht en beweging.
Tumorrisico’s na castratie
Castratie kan het risico op verschillende soorten tumoren verhogen. Een deel van dit verhoogde risico kan echter worden verklaard doordat gecastreerde honden gemiddeld ouder worden. Omdat veel tumoren vooral bij oudere dieren voorkomen, worden ze dan vanzelf vaker vastgesteld.
Overgangscelcarcinoom
Bij zowel reuen als teven neemt na castratie de kans op overgangscelcarcinoom toe. Dit is een kwaadaardige tumor die ontstaat in het slijmvlies van de nierbekkens, urineleiders en blaas. Hoewel deze aandoening relatief zeldzaam is, wordt het risico beïnvloed door meerdere factoren, zoals ras, geslacht, overgewicht en omgevingsinvloeden (bijvoorbeeld bepaalde onkruidbestrijdingsmiddelen met fenoxyazijnzuur). Schotse Terriërs hebben een sterk verhoogd risico; ook bij onder andere Beagles en Shetland Sheepdogs komt het vaker voor. Teven zijn gevoeliger dan reuen.
Osteosarcoom
Osteosarcoom is een kwaadaardige bottumor en de meest voorkomende vorm van botkanker bij honden. De tumor zaait vaak uit en komt vooral voor bij grote rassen, zoals de Rottweiler en de Ierse Wolfshond. Het risico neemt toe met de leeftijd. Uit onderzoek bij Rottweilers blijkt dat honden die vóór de leeftijd van 12 maanden werden gecastreerd, 2 tot 4 keer meer kans hadden op osteosarcoom. Castratie ná 12 maanden liet geen verhoogd risico zien in vergelijking met intacte dieren.
Hemangiosarcoom
Hemangiosarcomen zijn tumoren van bloedvaten en komen vooral voor in of onder de huid, in het hart, de milt en de lever. Ze worden meestal gezien bij oudere honden en het risico verschilt per ras. Bij zowel reuen als teven lijkt castratie het risico op hemangiosarcoom van lever of hart te vergroten, met name bij teven. De kwaliteit van de beschikbare onderzoeken varieert echter, en veel studies zijn rasgebonden, waardoor de resultaten niet zomaar naar andere rassen kunnen worden vertaald.
Lymfomen
Lymfomen zijn tumoren die ontstaan uit lymfocyten, een type witte bloedcel. Het is een van de meest voorkomende tumoren bij honden. Verschillende onderzoeken suggereren een verhoogd risico na castratie, maar de resultaten spreken elkaar regelmatig tegen en zijn vaak beperkt tot specifieke rassen. Het risico op lymfomen hangt samen met erfelijke aanleg, ras, omgevingsfactoren (zoals bepaalde herbiciden) en de werking van het immuunsysteem. De invloed van castratie blijft daardoor onzeker.
Mastceltumoren
Mastceltumoren zijn relatief veelvoorkomende huidtumoren die ontstaan uit mastcellen, cellen die een rol spelen in de afweer en histamine produceren. Ze beginnen vaak als een zachte, onderhuidse zwelling die op een vetbult kan lijken. De ernst varieert sterk per geval. Sommige rassen hebben een verhoogd risico op mastceltumoren. Na castratie lijkt dit risico toe te nemen; sommige onderzoeken zien dit alleen bij teven, andere bij zowel reuen als teven.
Auto-immuunziekten
Uit onderzoek blijkt dat atopische dermatitis (allergische huidontsteking) en verschillende andere auto-immuunziekten, waaronder hypothyreoïdie (een verminderde werking van de schildklier), vaker voorkomen bij gecastreerde honden. Dit geldt zowel voor reuen als teven, maar bij de meeste van deze aandoeningen lijkt het risico bij gecastreerde teven groter dan bij gecastreerde reuen.